Reportage uit de schandaalrepubliek

Zwarte miljoenen

Er is inmiddels sprake van verreweg het grootste schandaal uit de geschiedenis van de Bondsrepubliek. Geen dag gaat voorbij zonder nieuwe, verbijsterende onthullingen. Is Duitsland de bananenrepubliek van het Verenigde Europa? Joeri Boom reisde af naar Hessen, waar de beerput het diepst is. Aart Brouwer becijferde de smeergelden in heden en verleden. Hoe achtbare dames en heren de wet ontduiken die zij zelf hebben geschreven.

FRANKFURT AM MAIN — ‘Die Alte Oper’, Frankfurts geliefkoosde oude opera, valt zowat in het niet bij de machtige glazen kolossen die hij overschaduwt. Bankgebouwen. Het is niet die Geist die in Frankfurt heerst, maar das Geld.


Frank Gotthardt, voorzitter van de Junge Union (de jongerenafdeling van de CDU) in Hessen en lid van de CDU-fractie in de Hessische Landdag, heeft terwijl hij voortbeent naar een lunchgelegenheid geen oog voor de oude opera. In de CDU-fractie is Gotthardt (29) een van de financieel specialisten. Zojuist heeft hij een ‘belastingstage’ voltooid bij de SGZ-bank, die huist in een enorme glaszuil op een steenworp afstand van de Alte Oper. ‘Ter ondersteuning van onze politieke arbeid. Het kan geen kwaad om wat extra financieel onderricht te volgen nu mijn partij achtervolgd wordt door geldschandalen.’ Even later, vanachter een ferm bord tortelini: ‘Je weet zo langzamerhand niets meer zeker. Wie wist van de geheime rekeningen? Waar komt dat geld vandaan? Het enige waarvan je zeker kunt zijn is dat wij van de Junge Union er niets mee te maken hebben. Wij zijn begenadigd door onze late geboorte.’


Die Gnade der späte Geburt. De term die wel werd gebruikt om de bevoorrechte positie van de naoorlogse generatie, die het wérkelijk niet geweten kon hebben, mee aan te duiden, is tegenwoordig om een andere reden van toepassing op de CDU-jongeren. De grote schandalen waarbij hun partij was betrokken, ook de Spenden-affäre die de christen-democraten momenteel in een wurggreep houdt, vonden immers allemaal hun oorsprong voordat de meeste Junge Union-leden zich inlieten met het politieke bedrijf. Gotthardt: ‘We hebben met de hele zaak niets te maken gehad. Niet met de zwarte miljoenen van Kohl en niet met die van de CDU-Hessen. Wij hebben meer belang bij volledige opheldering dan oudere CDU-leden. Wíj moeten nog twintig, dertig jaar verder met deze partij.’


Uitgerekend Manfred Kanther, de voormalig CDU-minister van Binnenlandse Zaken in Hessen die immer hamerde op orde en gezag, moest onlangs opbiechten dat hij begin jaren tachtig zo’n acht miljoen mark aan ‘donaties’ had geparkeerd op buitenlandse rekeningen om ze te onttrekken aan de (toen) nieuwe wet op de partijfinanciering die gebood de namen van gulle gevers die meer dan twintigduizend mark aan de partij schonken, bekend te maken. Kanther, die toen partijleider was, werkte daarbij nauw samen met de CDU-penningmeester Casimir Prinz zu Sayn-Wittgenstein en de CDU-accountant Horst Weyrauch. Prins Wittgenstein verzon de ongehoorde gotspe dat het geld, dat onder meer werd gebruikt om de Hessische verkiezingen van vorig jaar te financieren die de CDU aan de macht brachten, afkomstig was van ‘rijke joodse emigranten’. Weyrauch stond inmiddels onder verdenking het brein te zijn geweest achter de drie miljoen aan anonieme giften die Kohl, contant, inde. Leider van de FDP-CDU regeringscoalitie in Hessen, premier Roland Koch, zegt nog altijd niets van de zaak geweten te hebben. Junge Union-voorzitter Gotthardt: ‘We voelen ons niet belazerd door Koch. Wél door Helmut Kohl, Horst Weyrauch en Prins Wittgenstein.’



IN WIESBADEN — waar regering en parlement zetelen — lijkt het uit witte steen opgetrokken Innenministerium een onneembaar fort. Vanuit zijn kamer op de negende verdieping heeft Udo Corts, voorzitter van de CDU-Frankfurt en Hessens staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, zicht op de belangrijkste toegangswegen tot de stad. Niet dat hij veel heeft aan die strategische positie. De troepen der oppositie rukken gestaag op. Hij heeft zojuist te horen gekregen dat volgens een recente opiniepeiling de CDU reeds elf procent heeft moeten inleveren. Tot overmaat van ramp blijkt ook zijn partijafdeling tot over de oren betrokken bij de Spenden-affäre. En zíjn geboortejaar brengt géén genade. Wat aanvankelijk slechts een Wiesbader regeringsaangelegenheid leek, heeft zich kort voor onze komst uitgebreid tot het burgemeestersambt van Frankfurt, een van de belangrijkste politieke posten in Hessen. CDU-Oberbürgermeisterin Petra Roth voerde in 1995 een verkiezingscampagne waarvoor de partij zich flink in de schulden moest steken. Ook hier brachten Wittgensteins ‘joodse erfenissen’ uitkomst.


Corts: ‘Je kunt wel stellen dat we ons in een existentiële crisis bevinden. Wat kan ik doen? Ik heb opdracht gegeven tot glasnost. We leggen alles op tafel wat we hebben. Het heeft geen enkele zin iets te verbergen. Ik heb accountants in de arm genomen die moeten uitzoeken hoe het met die zogenaamde erfenissen zit. We doen ook zelf onderzoek. En ik heb toegelaten dat journalisten die dat wilden, mijn boeken bekeken. Het is een zeer moeilijke tijd waarin we nieuwe wegen moeten bewandelen en dat betekent in dit geval absolute openheid.’


Volgens Corts zijn de ‘erfenissen’ in zijn afdeling ingeboekt vóór zijn tijd. Voorzover hij weet zijn ze — als giften van boven de twintigduizend mark — officieel gemeld (‘ook dat was voor mijn tijd’). Dus wat hem betreft is het allemaal formeel correct verlopen. Het gaat erom wat daarvóór gebeurd is. Hoe zijn de gelden terechtgekomen in Frankfurt en waar komen ze écht vandaan. Hij weet het niet (‘maar ik was toen nog niet in functie’). Prins Wittgenstein heeft hem verteld dat de CDU in de jaren tachtig het conto goed gevuld heeft uit ledenbijdragen en giften en dat hij die heeft weggezet als ‘oorlogskas’. Corts neemt dat voor kennisgeving aan, vindt het bedrag wel wat hoog en kan niets uitsluiten. Híj was toen immers nog geen partijvoorzitter in Frankfurt. Corts: ‘Het geld kan ook uit andere bronnen komen, dubieuze bronnen misschien.’ Maar hoe het ook zij, wat hem betreft treedt niemand af. Tenminste: als het klopt dat minister-president Koch en burgemeester Roth van niets wisten. Corts: ‘Ik ben sinds 1997 voorzitter. Wittgenstein was nog een half jaar onder mij in functie en heeft nog betalingen gedaan. Stel dat die deels ook afkomstig waren van de zwarte rekeningen, moet ik dan aftreden? Als hij míj bedrogen heeft, moet ik dan als bedrógene aftreden. Dat kán toch niet?’



IN BOCKENHEIM — ooit een naburig dorpje, nu grenzend aan Frankfurts financiële hart — plant visverkoopster Frieda Merckel haar handen in de zij. ‘Denk je nu echt dat de andere partijen zoveel beter zijn dan de CDU? Binnenkort barst het los bij de SPD. Wacht maar af.’ Stemmen gaat ze niet als er nieuwe verkiezingen zouden komen. ‘Die bescheissen uns doch alle.’


Ook de bezoekers van discotheek Maxim gunnen de politiek weinig meer dan hun middelvinger. Alwin, naar eigen zeggen zeer democratisch opgevoed: ‘Ik ben altijd zeer links geweest, maar als je ziet hoe de SPD en de Groenen nu proberen te profiteren van de ellende bij de CDU, zou ik haast op die christenen stemmen. Maar ja, dan kom ik in gewetensnood. Dus wat moet je?’ Hij heft zijn Paulaner Weiss en drinkt met zijn vrienden op de volgende bierronde. Morgen moet hij weer zijn Zivildienst vervullen — de vervangende dienstplicht — in de meest criminele wijk van Frankfurt. Waarom zou hij ook stemmen op politici die hem óf het leger, óf de sloppenwijken insturen? ‘Ze zijn allemaal corrupt. De SPD heeft ook aardig wat schandalen op haar rekening staan, vergeet dat niet!’


De Hessische SPD is inderdaad niet heilig. Hans Eichel, de vorige Hessische premier, nu minister van Financiën in de bondsregering, liet zijn huis opknappen voor anderhalf miljoen overheidsmarken en kwam ermee weg. Dat gold niet voor zijn minister Heide Pfarr. Zij moest haar ministersambt neerleggen toen bleek dat ze op kosten van de regering een keuken had laten aanleggen voor dertigduizend mark. Ook landelijk strijken SPD’ers graag wat op. De respectabele bondspresident Johannes Rau vloog als premier van Noordrijn-Westfalen 37 keer voor privé-doeleinden in een door zijn regering gecharterd vliegtuig. Daarvoor moet hij zich nu verantwoorden. Bovendien beschuldigt de CDU op haar beurt bondskanselier Gerhard Schröder ervan zich anoniem te hebben laten fêteren in verkiezingstijd. Het zou gaan om tussen zeshonderdduizend en anderhalf miljoen mark.


De plaatsvervangend SPD-chef van Hessen, Gerhard Bökel, wappert met zijn handen. Oude koek, die affaires. Het gaat erom wat nú speelt. Dat is, zo meent hij, veel ernstiger dan wat frauderende ministers. Bökel: ‘Dit dreigt de grootste affaire te worden die Duitsland ooit heeft gekend.’


Daarin zou hij wel eens gelijk kunnen krijgen. De gelden die Wittgenstein als ‘joodse erfenissen’ van de zwarte rekeningen liet terugvloeien in de kassen van de Hessische en de Frankfurter CDU bedroegen uiteindelijk zo’n dertien miljoen mark. Onderzoek wees echter uit dat op de geheime rekeningen nog zeker zeventien miljoen mark stond te wachten op verscheping. Totaal der Hessische fraude: dertig miljoen mark.


En misschien zelfs wel meer. Enkele uren voordat we Bökel treffen, geeft Roland Koch toe dat er ook nog eens ‘kleinere vijfcijferige’ bedragen richting Hessen zijn gestroomd, en verklaren Hessische oud-parlementsleden van de CDU dat zij al in 1987 grote sommen geld kregen van de partij. Vroegen ze naar de herkomst, dan kregen ze, tóen al, te horen dat het ging om erfenissen.


SPD-chef Bökel: ‘Mensen als Udo Corts en Roland Koch vergeten voor het gemak dat ze politieke verantwoordelijkheid moeten afleggen. Ze zeggen: “We hebben fouten gemaakt, maar het was allemaal goed bedoeld, voor ons land en onze partij.” Net als Kohl. Dat hebben niet zij uit te maken maar de kiezers! Excuseert u me, ik moet naar mijn volgende afspraak.’ Als Bökel de kamer heeft verlaten, fluistert zijn woordvoerster bewonderend: ‘Herr Bökel wil Roland Koch opvolgen als minister-president van Hessen. Hij heeft het er erg druk mee.’



ZE KENNEN de aspiraties van Gerhard Bökel wel bij Bündnis 90/Die Grünen, in Hessen ‘oppositiepartner’ van de SPD. Maar profiteren van de doodsstrijd der CDU, dat is niet hun stijl. Desondanks eist ook Rupert von Plottnitz, oud-minister van Justitie in Hessen en nu Landdag-afgevaardigde voor de Groenen, dat er nieuwe verkiezingen komen. ‘Als je de verkiezingen verloren hebt, kun je nooit de indruk vermijden dat je weer in het zadel wilt door nieuwe verkiezingen te eisen. Verkiezingen zijn altijd een risico, voor elke partij. Wij vinden niet dat hier in Hessen een regering aan de macht kan zijn die zich heeft ingelaten met zwart geld. Het gaat hier om zaken die de democratische cultuur hebben geschaad. De democratie erodeert’, zegt Plottnitz.


In drie dagen tijd is het schandaal tot geweldige omvang gegroeid. Franse media hebben onthuld dat wijlen president Mitterrand zijn vriend Kohl in 1992 in het geheim heeft gesteund met dertig miljoen mark. Dat geld was bedoeld voor Kohls verkiezingscampagne en moest dienen om de Europese eenheid, meer in het bijzonder de as Bonn-Parijs — de obsessie van de twee vrienden — te versterken. Of de dertig miljoen mark op de rekeningen van Prins Wittgenstein en de onvindbare dertig miljoen die Mitterrand Kohl schonk dezelfde zijn, weet vooralsnog niemand. In het ergste geval zou de CDU zestig miljoen aan zwarte fondsen hebben opgestreken. Dat is meer dan twee maal zoveel als er twintig jaar geleden vloeide in de Flick-affaire, het tot op heden grootste politiek-financiële schandaal in de Bondsrepubliek.


Beide affaires blijken met elkaar te maken te hebben. Aan het eind van het Flick-schandaal bleek zes tot acht miljoen mark verdwenen. De Hessische CDU heeft juist in die tijd haar geheime conto geopend met een aanvangsbedrag van tussen de zes en zeven miljoen. Er rijst nu de vraag of dat niet het overgebleven Flick-geld is dat naadloos heeft geleid tot het volgende schandaal. Von Plottnitz: ‘Het is een grote ramp, een compleet debacle. De CDU heeft in de Bondsrepubliek in het algemeen en in Hessen in het bijzonder een enorme crisis veroorzaakt. De CDU heeft domweg de grondwet aan haar laars gelapt en gezondigd tegen de verscherpte wetten die ze mede zelf had ingesteld om een nieuw Flick-schandaal te voorkomen.’


Von Plottnitz zou graag actievoeren tegen de CDU. Zijn partij heeft al posters gedrukt en is als altijd klaar om de barricaden op te gaan. Maar wat als dit het einde van de volkspartij CDU betekent? Hoe moeten de christen-democraten in hemelsnaam de boetes terugbetalen die hun worden opgelegd, te weten het drievoudige van wat ze hebben gefraudeerd? Waar moeten al die gefrustreerde rechtse kiezers dán heen? ‘Extreem-rechts ligt op de loer en zelfs zonder deze ellende zijn er in de Bondsrepubliek al veel te veel burgers die hun neus vol hebben van de politiek en niet meer de moeite nemen om te stemmen. Ik hoop dat onze democratie sterk genoeg is deze ellende het hoofd te bieden.’