Zwarte Piet

‘De discussie over zwarte piet gaat over meer dan enkel zwarte piet’, schreef publicist en universiteitsdocent Zihni Ozdil vorige week op de opiniesite joop.nl. Een krasse uitspraak in de week dat zwarte piet van alle kanten werd belaagd. Eerst in een heuse hoorzitting in de Amsterdamse gemeenteraad, waar zijn tegenstanders hun bezwaren kenbaar konden maken. Daarna kreeg hij zelfs de Verenigde Naties in zijn nek.

Medium commentaar 43 2013 zwarte piet

Een VN-mensenrechtencommissie verklaarde afgelopen weekend onderzoek te zullen doen naar de kindervriend nadat zij geluiden had ontvangen dat zwarte piet het stereotype voedt van de Afrikaan als ‘tweederangs burger’.

Maar het gaat dus over meer dan alleen zwarte piet. Ozdil stelt dat ‘het witte, mannelijke, heteroseksuele segment’ van de Nederlandse samenleving nog steeds de grenzen bepaalt van het maatschappelijk discours. Het is volgens hem dit segment dat ervoor zorgt dat protest tegen zwarte piet in de kiem wordt gesmoord. Ter illustratie voert hij NRC Handelsblad-columnist Arjen van Veelen op die de aanjagers van de antipietenbeweging badinerend afdeed als ‘allochtone Twitter-intellectuelen’ die racistische spoken zien waar ze niet zijn.

Culturele en religieuze gebruiken van de nieuwkomer mochten openlijk bekritiseerd en bespot worden. Hij had het maar te slikken

Het is dit soort miskenning van de opvattingen en gevoeligheden van de tegenstanders van zwarte piet die de ongekende felheid verklaart waarmee het pietendebat de afgelopen twee jaar gevoerd wordt. De reactie is volgens Ozdil een opstand van een groep niet-knuffelbare ‘gekleurde Nederlanders’ die korte metten wil maken met de hegemonie van de witte, mannelijke, heteroseksuele bovenlaag.

Er staat inderdaad een groeiende groep nieuwe Nederlanders op die het debat op het scherp van de snede wil voeren, vrij van de angst om in de hoek van overgevoelige politiek-correcten te worden geduwd. Hun motivatie is niet alleen een aanpassing of afschaffing van zwarte piet, maar evengoed een decennium oud maatschappelijk debat waarin vooral de ander de kop van jut was. Het was de moslim, de allochtoon die zich diende te verhouden tot de Nederlandse cultuur en tradities die zo veel verlichter en vooruitstrevender zijn dan de zijne. Culturele en religieuze gebruiken van de nieuwkomer mochten openlijk bekritiseerd en bespot worden. Hij had het maar te slikken. Maar nu de nieuwkomer vraagtekens zet bij een Nederlands stereotype schiet men in het defensief. Abdelkader Benali, schrijver en zelf ook geen onverdienstelijke ‘allochtone Twitter-intellectueel’, vatte op Twitter het debat als volgt samen: ‘Als je kritiek op islamitische tradities accepteert als onderdeel van de open samenleving, dan mag ook zwarte piet onderdeel zijn van kritiek.’

Het is, kortom, payback time. In zwarte piet hebben de ‘allochtone Twitter-intellectuelen’ een stevige stok gevonden waarmee ze het Nederlandse zelfbeeld (tolerant, vooruitstrevend) er flink van langs kunnen geven. En ze zullen in de toekomst alleen nog maar harder uithalen. Vorige week publiceerde de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie een vierde rapportage over Nederland en tikte de Nederlandse politiek en media op de vingers die moslims en Oost-Europeanen nog te vaak als een bedreiging afschilderen. Afgelopen zondag kraakte ook de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer een harde noot toen hij in het tv-programma Buitenhof het politieke klimaat in Nederland onomwonden racistisch noemde. Deze geluiden zijn een ruggensteun voor iedereen die het gevoel heeft de afgelopen tien jaar in de hoek te hebben gezeten waar de corrigerende tikken vielen. Ze zullen het aanwenden om Nederland een spiegel voor te houden. Een aanval op zwarte piet is de duidelijkste manifestatie hiervan.