Zwarte Piet en het schrijnend gebrek aan leiderschap

Vier jaar geleden schreef ik voor opinieblog De Fusie een stukje over Zwarte Piet. Het was een reactie op al die mensen die het debat zat waren en verzuchtten of we het als-je-blieft ergens anders over konden hebben. Nee, vond ik, laten we de maatschappelijke discussie blijven voeren, want uiteindelijk is dat de enige manier waarop we vooruit kunnen komen. Hoe naïef.

Want die maatschappelijke discussie is ontaard in een regelrechte cultuuroorlog. En waar ik me destijds nog verschool achter het ‘waar twee vechten, hebben twee schuld’-argument is het na afgelopen weekend glashelder welk kamp wil discussiëren en welk kamp wil knokken. Aan de ene kant stonden de activisten van Kick Out Zwarte Piet die politiebegeleiding nodig hadden om vreedzaam te betogen voor een inclusieve sinterklaasviering en zelfs in gesprek gingen met de ‘blokkeerfriezen’. Aan de andere kant de relschoppers die racistische leuzen scandeerden en met gewelddadige intimidatie-tactieken hun tegenstanders het demonstreren onmogelijk maakten.

Het is niet zo’n gek idee om rekening te houden met de grieven van een grote groep Nederlanders

Dat het zo heeft kunnen ontsporen, valt de politiek aan te rekenen. Pas nu racistische hooligans het sinterklaasfeest verpesten, durven de lijsttrekkers van GroenLinks, d66 en ChristenUnie kleur te bekennen. Rijkelijk laat, maar alsnog beter dan de reactie van de grootste regeringspartij, die als de dood is om ‘de gewone Nederlander’ voor het hoofd te stoten. Want wat zegt de premier in eerste instantie na zo’n weekend vol onverholen racisme? ‘Ik heb helemaal niets met Zwarte Piet-extremisten, noch voor noch tegen.’ Inderdaad, een beetje zoals Donald Trump reageerde op de mars van neonazi’s in Charlottesville met zijn blame on both sides. Weigeren stelling te nemen ís in zo’n geval een politieke stellingname.

Een schrijnend gebrek aan leiderschap zie je ook bij de ntr, de omroep verantwoordelijk voor het Sinterklaasjournaal en de landelijke intocht. Het is best begrijpelijk dat ze Zwarte Piet bij de eerste acties in 2011 niet direct in de ban hebben gedaan, omdat verandering nu eenmaal tijd kost. Maar met welke lafhartige smoesjes willen ze volgend jaar nog wegkomen? Wat dat betreft kunnen ze een voorbeeld nemen aan rtl en Nickelodeon, commerciële omroepen die gewoon afscheid hebben genomen van de egaal zwart geschminkte pieten. Of kijk naar de intocht in Amsterdam: daar werd de goedheiligman alleen nog vergezeld door roetveegpieten. Geen verwarde kinderen of schuimbekkende hooligans te bekennen – gewoon een gezellig kinderfeest voor vierhonderdduizend bezoekers.

Maar daar is het de harde-pro-pieten-kern natuurlijk niet echt om te doen. De discussie gaat al lang niet meer over de kleur van de ‘knecht’; het gaat over de vraag of Nederlanders met een migratieachtergrond mogen meepraten over de invulling van vaderlandse tradities. Een schrikbarend luidruchtige groep nationalisten is duidelijk van mening van niet. Dan kan socioloog Herman Vuijsje in zijn nieuwe boek Zwartkijkers wel beweren dat het meevalt met het racisme in Nederland, de beelden van de intocht in Eindhoven en de misselijkmakende vuilspuiterij op sociale media vertellen een ander verhaal. En zolang onze politieke leiders zich daar niet ondubbelzinnig tegen uitspreken, zal dat giftige geluid alleen maar aanzwellen.

Door dit alles zou je bijna vergeten dat er gelukkig wel degelijk sprake is van voortschrijdend inzicht. Was in 2013 nog 89 procent tegen het aanpassen van Zwarte Piet, vorig jaar was dat 68 procent. Misschien nog wel belangrijker is dat vooral jongeren inzien dat tradities veranderlijk zijn en het niet zo’n gek idee is om rekening te houden met de grieven van een grote groep Nederlanders. Dat degenen die koste wat kost een racistisch figuur willen behouden een achterhoedegevecht voeren, moge duidelijk zijn. Maar hoe lang dit achterhoedegevecht duurt en hoe grimmig het wordt, hangt af van het morele leiderschap dat de politiek en de publieke omroep tonen.