De Mastodenten (2) Jeremia

Zwarte Riek

‘Boer Koekoek’, Nederlands eerste naoorlogse populistische politicus, kwam in de jaren zestig van de vorige eeuw op voor de kleine boertjes. Maar hij kreeg ook veel proteststemmen in de grote steden. Vlak voor zijn electorale dood doopte hij zijn splinter om in Rechtse Volkspartij. Het hielp niet. In 1981 was het afgelopen.

Medium toneel

Eén jaar later kwam er een nieuwe rechtse populist in de Tweede Kamer, Hans Janmaat van de Centrumpartij, later de Centrum Democraten. Over hem, zijn aanhang, zijn tegenstanders en zijn weduwe handelt het eerste deel van een drieluik over ons land, Hollandse luchten door Sadettin Kirmiziyüz en Marjolein van Heemstra. Naar de bijbelse onheilsprofeet heet dit eerste deel Jeremia. Uit de dreigtaal van een racistische internetstalker, een buurvrouw met een doordringende Pim Fortuyn-nostalgie en de vergeefse Mars der Beschaving tegen de kunstbezuinigingen, maken de twee performers een slimme, deels doortrapte en sterke vertelling over het verzet tegen Janmaat zijn rapaille. En zo belanden we bij een zooitje ongeregeld. Een stel in Afghaanse jassen en Palestina-sjaals gehulde en in linksige standpunten grossierende klootzakjes.

De onverdraagzaamheid van het ‘verzet’ tegen redelijk rechts wordt in Jeremia zwaar aangezet. Mijn leeftijdgenoten en ik krijgen pittige billenkoek, daar komt het op neer. En gelijk hebben ze, Van Heemstra en Kirmiziyüz, uitgedost als ze zijn met ‘de gratie van de late geboorte’, zoals de Duitse kanselier Kohl het begin jaren tachtig uitdrukte. Dat de populistische navolgers van Janmaat c.s. venijniger en smeriger uithalen, maakt van de Janmaat van toen net zo min een onschuldig lam als Wilders er vandaag de dag een gemenere wolf van zou worden. Er zit een quasi-onschuldige bijsmaak aan deze vrolijk uitgeserveerde stand-up geschiedenisles. Een naïef soort verbijstering ook. Of onbegrip misschien. Over de woede van Nederlanders die indertijd een partij in hun gemeenteraad of in het parlement zagen arriveren, die het huidige adagium ‘minder Marokkanen’ in andere maar even griezelige teksten verwoordde. Bijvoorbeeld in deze zin: ‘Zodra wij de mogelijkheid en de macht hebben, schaffen wij de multiculturele samenleving af, want vol is vol.’ Zo zei Janmaat het toen. Een toespraak waarvoor hij door de rechter op de vingers is getikt. En is veroordeeld.

De weduwe van Janmaat, Wil Schuurman, wordt als getuige à décharge opgevoerd. Hij was geen kwaaie man, vertelt ze. Hij beschikte zeker niet over de retorische kwaliteiten die Pim Fortuyn en Geert Wilders tot geslepen politici maken: de combinatie van provocatie theater. Maar Janmaat was wel een onbegrepen profeet. Een ware Jeremia. Wil Schuurman heeft zelf ook tragische trekken. Ze raakte zwaar gewond toen in 1986 een bijeenkomst van de Centrumpartij werd belegerd door linkse actievoerders. Het kostte haar een been. De toneelmakers zijn haar gaan opzoeken. En creëren uit die ontmoeting een scène die een tikje wankel balanceert op de rand van ironie en een vreemd soort sentimentaliteit. Vlak voor het afscheid luisteren ze samen naar Zwarte Riek (Rika Jansen) die Amsterdam huilt, waar het eens heeft gelachen zingt. Schuurman: ‘Dat lied doet me aan mijn joodse opoe denken.’ Ach ja, waarom ook niet.


Jeremia is nog t/m 5 april te zien in Doetinchem, Drachten, Amsterdam en Almere. Inlichtingen [hier](jeremia.troubleman.nl).

Beeld: Sadettin Kirmiziyüz en Marjolein van Heemstra in Jeremia (Saris & Den Engelsman).