Film

Zwarte spinnen in de nacht

FILM Curse of the Golden Flower

Als zwarte spinnen glijden de sluipmoordenaars van keizer Ping geruisloos door de nachtlucht. Hun doel: het verhullen van een schande van de keizer door het ombrengen van een buitenechtelijke dochter, en tegelijkertijd het neerslaan van een ophanden zijnde paleisrevolutie. Vanaf bergpieken schieten de killers touwen met weerhaken in de richting van het huis waar de dochter en haar vader, de keizerlijke lijfarts, verblijven. Met handgrepen van bamboe glijden de ‘spinnen’ vervolgens langs de touwen naar beneden om de aanval in te zetten. De moordenaars bewegen gracieus en symmetrisch, alsof ze dansers zijn.

De zwarte spinnen van de keizer hebben alles in zich om uit te groeien tot een iconisch beeld van de moderne cinema, naast bijvoorbeeld de slowmotioncowboys van Sam Peckinpah, de cavaleriesoldaten van John Ford, de ruimteschepen van Stanley Kubrick, of, inderdaad nu al klassiek, de Spartanen op de aanval in Frank Millers 300. De schoonheid van beweging, de belofte van een schitterende dood – daar gaat het om in deze geschilderde, gefilmde en computerbewerkte choreografieën.

De Chinese regisseur Zhang Yimou maakt een soort zinnelijke cinema. In zijn martial arts-_epossen _Hero (2002), House of the Flying Daggers (2004) en nu Curse of the Golden Flower manipuleert hij de basiselementen van cinema – licht, beweging en geluid – om eenvoudige, mythologische verhalen op grootse wijze te vertellen. Kleur is een belangrijk stijlmiddel. In Hero zijn de kleuren rood en zwart bijvoorbeeld overheersend in segmenten waarin respectievelijk liefde en corruptie de belangrijkste motieven zijn. Kleur is vorm en inhoud tegelijk, kleur is emotie, kleur is het leven én de dood. En in Curse of the Golden Flower overheerst een knalgele kleur, beter gezegd ‘goud’ – goud als overdaad en repressie, goud als revolutie, haat en de dood.

De twee hoofdrolspelers zijn net zo verleidelijk als al het goud dat in iedere scène aanwezig is. Chow Yun-Fat, die in de jaren tachtig wereldberoemd werd als acteur in het Hongkong-genre heroic bloodshed, is meesterlijk als de corrupte keizer; Gong Li, die tegenwoordig even thuis is in films als Michael Manns Miami Vice als in Aziatisch period drama, is prachtig als keizerin Phoenix, die stelselmatig door haar man wordt vergiftigd. Ze moet medicijnen drinken, gemixt door Pings lijfarts, zogenaamd om haar waanzin te behandelen. De keizerin, die een incestueuze relatie met een stiefzoon heeft, neemt wraak door een revolutie te plannen.

De hele film is als een tapisserie van goud en zwart. Ieder beeld is rijkelijk gevuld met symmetrische lijnen. Het is allemaal overdaad en verkwisting: de overdaad van de onderdrukker, de verkwiste levens van zijn slachtoffers. In het tweede deel, tijdens massale vechtpartijen, zijn de soldaten zelf beweeglijke, geweven patronen in het kunstwerk. Binnen de kaders van deze patronen bewegen de personages, maar er is geen zicht op ontwikkeling of ontsnapping. Ze zijn gevangen in het paleis, in het beeld van complexe patronen van geweven goud.

Vooral het eerste deel van de film, dat de vorm van een kamerdrama heeft, is van grote kwaliteit. Als in een stuk van Shakespeare bewegen de personages gedempt in de lange gangen van het paleis en smeden ze complotten, zacht fluisterend achter doorschijnende gordijnen van zijde. In allerlei vertrekken in het paleis spelen zich hartstochtelijke momenten af, waarbij de formaliteit en opulentie van de setting worden gecontrasteerd met close-upbeelden waarin Gong Li zonder een woord te zeggen met doodse ogen direct in de camera kijkt. Zodat je denkt: wat zal de wraak van deze schitterende moeder/minnares/moordenares zoet zijn! Maar zo eenvoudig is het niet.

Te zien vanaf 29 maart