Iets meer dan drie miljoen euro. Zoveel is een mensenleven waard als we specifieke kenmerken – leeftijd vooral, maar ook inkomen en woonplaats – voor het gemak negeren. Drie miljoen gemiddeld is waar internationale instanties als de Wereldbank en rijke-landen-club oeso mee werken in hun statistische modellen. Iets meer dan 25.000 geredde mensenlevens en de 76 miljard die Nederland uittrok voor de coronanoodpakketten is terugverdiend. Tel er nog ruim tienduizend mensenlevens bij op, en de terugval van het bruto binnenlands product wegens het stilleggen van de economie, kan ook worden weggestreept. Hebben de coronamaatregelen, in vergelijking tot niets doen, iets meer dan 35.000 Nederlanders behoed voor de dood door covid? Hoogstwaarschijnlijk. Gelegd langs de favoriete maatstaf van kapitalistische economieën was de corona-aanpak te rechtvaardigen.

Deze rekensom is natuurlijk een grove benadering. De kosten van andere zorg die niet is verleend, van depressie door eenzaamheid en zo nog meer negatieve bijvangst van de lockdowns is niet meegerekend. Wel is het een illustratie van de woorden die John Maynard Keynes driekwart eeuw geleden uitsprak tijdens een eerdere crisis: ‘Alles wat we willen, kunnen we ons ook veroorloven.’ De coronacrisis maakte in één klap een einde aan de diep ingesleten doctrine van de terughoudende, zuinige overheid. Die maakte plaats voor een overheid die stevig ingrijpt in mensenlevens en beschikt over oneindig diepe zakken. Niemand hoefde de statistische drie miljoen aan te halen om uit te leggen dat het redden van een mensenleven verregaande maatregelen rechtvaardigt. Hier en daar klonk de verwrongen darwinistische logica dat corona ‘dood hout’ zou snoeien, maar gedurende de pandemie konden de genomen maatregelen op breed draagvlak rekenen.

De Amerikaanse marxistische intellectueel Fredric Jameson zei ooit dat ‘het einde van de wereld makkelijker voor te stellen is dan het einde van kapitalisme’, maar de covidcrisis liet zien dat het precies andersom zit. ‘Werden we gedwongen om talloze levens op te offeren om de machinerie van kapitalistische accumulatie te redden?’ vraagt Bruno Maçaes, oud-Europaminister van Portugal en geopolitiek analist, zich af in zijn pas verschenen boek Geopolitics for the End Time: From the Pandemic to the Climate Crisis. ‘Totaal niet. Iedereen stond klaar om de economie op pauze te zetten om levens te redden, en pas weer op te starten op het moment dat het veilig – of veiliger – was om dat te doen.’ Gesteld voor de keuze tussen ziekte of lockdown, werd het lockdown, financieel gestut door de staat.

Eigenlijk is ‘lockdown’ daarom ook de verkeerde term. Die leunt te veel op het beeld van een bewaker die de sleutel in het slot draait. Hoewel door een mondige minderheid de coronamaatregelen als dictatuur worden ervaren, is het verbazingwekkendst aan de coronacrisis hoe de wereld collectief de stekker uit zichzelf trok in de tweede helft van 2020. Veel bedrijven beseften dat doorwerken vele malen kostbaarder zou zijn dan dicht gaan. Ziek personeel is nog erger dan thuisblijvende werknemers, zeker als thuiswerken een optie is en de overheid financieel bijspringt. Consumenten bleven liever weg uit winkels en openbare gelegenheden uit vrees voor besmetting. Dit is een meetbaar feit, met dank aan het dataspoor dat onze mobiele telefoons en betaalpassen nalaten. Op basis daarvan kon het imf becijferen dat ongeveer een derde van de afgenomen mobiliteit was terug te voeren op overheidsmaatregelen, de rest kwam voort uit eigen initiatief. Overheidsbeleid was eerder een uitdrukking van angst en onzekerheid dan dwang van bovenaf. Het is om die reden dat historicus Adam Tooze de term ‘shutdown’ gebruikt. Het antwoord op het coronavirus was een ‘gezamenlijk initiatief’ op ongekende schaal, zo schrijft hij in Shutdown: How Covid Shook the World’s Economy.

Niet dat we echt wisten wat we deden. De ernst van het virus was onbekend. Er was weinig institutionele ervaring met pandemieën. In Amerika was de afdeling pandemiebestrijding binnen de federale overheid door Trump opgeheven. De Amerikaanse waarnemer bij de Chinese gezondheidsdiensten was teruggetrokken vanwege de handelsoorlog met China. De EU, een van ’s werelds grootste bureaucratieën, beschikte niet eens over een gezamenlijke ziektepreventiedienst. Reservecapaciteit, in de vorm van ziekenhuisbedden, medische voorraden en personeel, was in het kader van de neoliberale droom van efficiëntie wegbezuinigd. ‘Georganiseerde onverantwoordelijkheid’, zo citeert Tooze een term van de Duitse socioloog Ulrich Beck, die gespecialiseerd is in hoe moderne samenlevingen met risico’s omgaan. Covid-19 trof een gastlichaam met grote onderliggende aandoeningen.

De coronacrisis was uniek vanwege de onvoorstelbaar grote schaal. 95 procent van de wereldeconomie kromp tegelijkertijd ineen. Wereldwijd maakten vier op de vijf werkenden, in landen arm en rijk, mee dat hun werkplek gedeeltelijk of volledig dicht ging. Covid was de eerste echte mondiale crisis, in de zin dat het iedereen op aarde aanging. En als alles begint te schuiven, dan kan het niet anders dan dat een andere wereldorde geboren wordt.

Volgens Adam Tooze markeert covid het ‘einde van het neoliberale tijdperk’ dat zijn oorsprong heeft in de oliecrises van de jaren zeventig. De corona-uitbraak is tevens de ‘eerste allesomvattende crisis van het Antropoceen’, een tijdperk dat – in de woorden van Tooze – wordt gedefinieerd door onze ‘verstoorde relatie tot de natuurlijke wereld’. Een kleine mutatie op microbisch niveau bleek in staat de wereldeconomie te ontwrichten, en overheden en centrale banken zo ver te krijgen het hele financiële systeem in dienst te kunnen stellen van het overeind houden van gezinnen en bedrijven. Tot aan corona was de wereld, althans in theorie, opgedeeld in losstaande zones: politiek werd gezien als losstaand van de economie, een beest met eigen kracht dat hooguit hier en daar bijgestuurd moest worden. Economie en natuur waren enkel aan elkaar gekoppeld in een relatie van een gebruiker-grondstof. Het virus trok de schotten weg. Natuur bleek nog altijd een actor, direct van invloed op de economie, en dat vereiste een politieke respons.

Inspire South Bay Fitness in Redondo Beach, Californië, tijdens de geleidelijke opheffing van de lockdown. 15 juni 2020 © Frederic J. Brown / AFP / ANP

Corona is nog niet voorbij – wereldwijd nadert het dodental de vijf miljoen – maar de pandemie heeft al wel het effect gehad dat schrijvers door de eeuwen heen aan massale ziekte-uitbraken hebben toeschreven: ze toont de mens en de wereld zoals die zijn en legt bloot waar de begrenzingen en mogelijkheden liggen. De post-coronawereld lijkt te zullen draaien om het collectieve vermogen te reageren op natuurlijke bedreigingen – nieuwe pandemieën, maar ook de gevolgen van klimaatopwarming – en de gezamenlijke aanpassingen te doen die daarvoor nodig zijn. ‘Of we vinden de capaciteit om plotselinge en onvoorspelbare crises het hoofd te bieden, of we worden overweldigd door de terugslag van onze natuurlijke omgeving’, zo vat Tooze de opdracht voor de komende decennia samen.

Tooze wijst daarbij op een speech voor het congres van de Chinese Communistische Partij in 2019, kort voor de corona-uitbraak, waarin Xi Jinping stelde dat de voornaamste opdracht voor de Partij was te anticiperen op ‘zwarte zwanen’ (zeer zeldzame risico’s) en ‘grijze neushoorns’ (te verwachten risico’s die onderschat worden). Het onderstreept langs welke lijnen de competitie tussen machtsblokken zal lopen: wie het best voorbereid is en het snelst kan reageren wint.

‘We wisten in zijn algemeenheid dat er een race of competitie gaande was tussen verschillende geopolitieke modellen, maar het was nooit duidelijk tegen welke achtergrond dit zich afspeelde’, schrijf Maçaes in Geopolitics for the End Time. Nu weten we dat wel. Pandemiebeheersing bood China de kans zijn politieke model van controle en beheersing als antwoord op een grote uitdaging van deze tijd te presenteren. Het decor schoof als het ware achter het toneelstuk dat al in bedrijf was. De pandemie brak daarmee het laatste restje intellectuele illusie af dat de opkomst van China op de een of andere manier een ingekaderd verschijnsel was, en dat westerse samenlevingen min of meer schouderophalend voorbij konden gaan aan wat er in de binnenkort grootste economie ter wereld gebeurt.

Daarvoor doet het niet ter zake of het virus zijn oorsprong vond op een vleesmarkt, ontsnapte uit een laboratorium of – boven aan de achterdocht-hiërarchie – bewust is vrijgelaten door China om het Westen te ontwrichten. Waar het om gaat is dat China het land was dat als eerste op het virus moest reageren. Daarmee was corona de ultieme test voor de positie van deze wereldmacht. De verwachting – en stiekeme hoop – bij veel van China’s geopolitieke concurrenten was dat Wuhan een Chinees Tsjernobyl zou worden: een groot ongeluk dat de innerlijke zwakte blootlegt van een land met een ideologie die tegengesteld is aan het westerse liberalisme. Het tegenovergestelde gebeurde, zo beschrijft Tooze. China stampte noodziekenhuizen uit de grond. De provincie Hubei, met Wuhan als hoofdstad, werd volledig van de buitenwereld afgesloten. Digitale technologie, track & trace-methoden – waaronder QR-codes – werden ingezet om besmettingen te voorkomen. Het virus werd ingedamd. In plaats van falen toonde covid de effectiviteit van het Chinese model, dat is gebaseerd op controle van individuen en de risico’s die ze kunnen vormen voor elkaar en voor de macht.

Het geloof in de Tsjernobyl-metafoor, sleets Koude Oorlog-denken, was een dure vergissing, betoogt Tooze. Wuhan was geen ‘achtergebleven gat diep weggestopt achter het IJzeren Gordijn’ maar een ‘gemondialiseerde megastad’ met een internationaal vliegveld met dagelijks duizenden passagiers. Toch leefde in zowel Europa als Amerika aanvankelijk het idee dat de uitbraak beperkt zou blijven tot China, of hooguit een Aziatisch verschijnsel zou blijken. Hier wreekte zich de hardnekkige overtuiging dat ziekte en besmetting een teken van onderontwikkeling zijn en de illusie dat moderniteit als vanzelf immuniteit tegen virussen oplevert. Corona was juist hypermodern, net zoals de Chinese aanpak eerder een vooruitblik naar de toekomst is dan een stap richting het verleden.

Corona was juist ­hypermodern, net zoals de Chinese aanpak eerder een vooruitblik naar de toekomst is dan een stap richting het verleden

Europeanen en Amerikanen maakten zich vrolijk over vleermuisvreters en ‘kung flu’, en hingen ondertussen een theorie aan die aardig in buurt kwam van het pre-pasteuriaanse geloof dat ziektes zich verspreiden door stinkende lucht. Kostbare tijd, die had kunnen worden gebruikt om zich voor te bereiden op duizenden patiënten, ging daardoor verloren. Snelheid, zo constateerde de Amerikaanse klimaatjournalist David Wallace-Wells in maart 2020, ‘was waarschijnlijk de belangrijkste factor die nationale uitkomsten bepaalde’. In het Westen, aldus Wallace-Wells, reageerde vrijwel elk land te traag.

In die cruciale maanden waarin het Westen draalde, reisde Bruno Maçaes door verschillende landen in Azië voor lezingen, gesprekken en conferenties. In Vietnam, Singapore en Maleisië ervoer hij een wereld waar Europa en Amerika zich nog aan moesten overgeven. Op het moment dat besmetting dreigt houden mensen waar mogelijk afstand, dragen ze mondkapjes. Op veel plekken waar hij kwam was controleren van de lichaamstemperatuur, grootschalig bron- en contactonderzoek en het gebruik van digitale technologie om besmetting tegen te gaan normaal. Wat Maçaes niet trof was gezondheidspolitiek als inzet van een cultuurstrijd, en dat stelde hem in staat een nuchtere constatering te doen. ‘Of je reageert op natuurlijke bedreigingen en probeert de eerste te zijn, of je beschouwt de natuur als passief materiaal dat zich moet voegen naar jouw plannen. De pandemie heeft blootgelegd hoezeer die tweede filosofie een misvatting was.’

Wuhan was op dat moment afgesloten van de buitenwereld, en internationale commentatoren schreven liever stukken over dictatoriaal China dan over de mogelijke risico’s die de rest van de wereld liep. In Singapore vroeg Maçaes aan Peter Ho, de voormalig hoogste ambtenaar van deze stadstaat, of China niet aan het overdrijven was. Ho’s antwoord was dat je beter te rigoureus en te snel kunt reageren op een bedreiging dan te weinig en te laat. ‘Westerse democratieën hebben dit punt nooit begrepen’, schrijft Maçaes. ‘Telkens ging het om reageren op de “data”, waarbij “data” altijd verwees naar verouderde informatie.’ Pandemiebestrijding draait om één ding: kun je besmetting voorblijven.

In Vietnam constateert Maçaes dat staatsmacht om quarantaine af te dwingen niet het volledige antwoord biedt op waarom sommige delen van de wereld corona in toom weten te houden en andere niet. De regering in Hanoi sloot gebieden waar zich een uitbraak voordeed af, maar ‘wijdverspreide vrees voor besmetting’ hielp net zo goed om Vietnam een van de meest covid-vrije landen te maken. ‘Elk restaurantbezoek betekende je handen ontsmetten, je temperatuur meten en door een gemaskerde ober naar je tafel gebracht worden’, schrijft Maçaes. Het is op dat moment februari, kort nadat premier Nguyen Xuân Phúc heeft gezegd dat hij ‘de oorlog verklaart aan het virus’. Twee maanden later echoot Emmanuel Macron, president van Frankrijk, Vietnams voormalige kolonisator, precies die woorden. Het verschil is dat Vietnam meer succes boekt (197 doden per miljoen inwoners, versus bijna zeventienhonderd in Frankrijk) en geen halve volksopstand ontketent omdat mensen een pasje moeten laten zien voordat ze plaatsnemen op een terras.

In die eerste coronamaanden dreigde Europa te vervallen in de bekende reflexen die verhinderen dat dit werelddeel kan optreden als één machtsblok. Shutdown betekende ook het stilleggen van de intra-Europese economie van vrij verkeer van personen en goederen. De tegenstelling tussen noordelijke en zuidelijke lidstaten speelde weer op. Nederland vormde samen met Oostenrijk, Zweden en Denemarken de ‘zuinige vier’ die zich aanvankelijk verzetten tegen een gezamenlijke Europese financiering om de pandemie het hoofd te kunnen bieden. Het is – zeker achteraf – een hopeloze poging de normen van de oude wereld toepassen op een volstrekt ongekende situatie. Zoals Tooze schrijft: ‘Covid was geen normale economische gebeurtenis waar je redelijkerwijs op kon anticiperen in je langetermijnbegroting.’ Bovendien waren de zuidelijke landen juist kwetsbaar omdat jarenlange bezuinigingsdictaten de capaciteit in de zorg tot een minimum hadden teruggebracht.

Demonstratie tegen coronamaatregelen in Boston, Massachusetts, 4 mei 2020 © Joseph Prezioso / AFP / ANP

In Amerika, ondertussen, was een president aan de macht die zich maar om één ding zorgen maakte: zijn herverkiezing, iets waarvoor in Trumps ogen een goedlopende economie een absolute voorwaarde was. De gezondheidsdiensten binnen de Amerikaanse overheid waarschuwden het Witte Huis vanaf begin februari om het coronavirus serieus te nemen. Op aanraden van zijn minister van Financiën, de zakenbankier Steven Mnuchin, en zijn schoonzoon Jared Kushner, kwam Trump met publieke verklaringen dat het hooguit bij een handvol besmettingen zou blijven. Uit vrees dat de financiële markten bezorgdheid zouden lezen uit het bestellen van ventilatoren, het opschalen van testcapaciteit of het aantal ziekenhuisbedden werden ook die beslissingen vermeden. Inmiddels is Amerika een van de landen waar covid het meest heeft toegeslagen. Eén op de vijfhonderd Amerikanen is aan het virus overleden.

In die eerste coronamaanden volhardde Amerika erin de pandemie buiten zichzelf te plaatsen. Trump liet geen gelegenheid onbenut om te spreken over het ‘China-virus’, ook al was corona gemeten naar het aantal geïnfecteerde gastlichamen in feite veel meer Amerikaans. Trump pochte dat hij honderden miljoenen aan herstelbetalingen zou claimen bij China. Het land kon niet op slot omdat winkelen en buiten de deur eten de kern van zowel de Amerikaanse economie als identiteit vormden. Uiteindelijk zwichtte Trump omdat de miljoenen doden die zouden vallen zonder ingrijpen een nog slechter uitgangspunt waren om de verkiezingen te winnen, nog los van het menselijk leed. De tragiek, vanuit kamp-Trump gezien, is dat een snellere erkenning van wat Amerika te wachten stond hem wellicht een tweede termijn had kunnen opleveren. Het enige wat hem nog restte was de politiek van het verzinsel consequent door te trekken en uiteindelijk zelfs zijn verkiezingsnederlaag te ontkennen.

Het is makkelijk op de absurditeiten van Trumps coronapolitiek te wijzen, zeker nu hij niet langer president is, maar in feite toonde die niets meer dan de zwakte die alle hedendaagse liberale democratieën kenmerkt. Trump had geen ongelijk dat economische druk zijn electorale kansen zou verslechteren. Overal wijzen regeringen naar ‘de financiële markten’ als reden waarom noodzakelijk beleid niet kan worden uitgevoerd. Trumps pech was dat de tijd tussen de virusuitbraak en de presidentsverkiezingen te groot was om met schone schijn te overbruggen.

Trumps onwil om de situatie ernstig te nemen werd bovendien weerspiegeld door Europese landen. In het Verenigd Koninkrijk blufte Boris Johnson aanvankelijk de berichten over het coronavirus weg. Rutte’s eeuwige grijns toonde zich ook bij de persconferenties waar grapjes werden gemaakt over handen schudden, alsof het allemaal een spelletje betrof. Als het zo uitkwam waren de coronamaatregelen voor beleidsmakers eigenlijk overbodig, zoals bij een huwelijk of een rondje schaatsen als campagnestunt. Hoe dan ook was het moment waarop het speelkwartier weer zou aanbreken de grote vraag die boven het Nederlandse coronadebat hing.

Mattia Ferraresi, een Italiaanse journalist, legde de vinger op de zere plek met een artikel waarin hij betoogde dat de ernst van de pandemie in zijn land niet lag aan de politiek, maar aan het onvermogen van de Italianen om het virus serieus genoeg te nemen om hun gewoontes aan te passen. Het ontbrak in Italië aan ‘morele kennis’, schreef hij, oftewel het besef dat niemand gevrijwaard is van een dodelijke ziekte-uitbraak. Zijn diagnose was op Europa als geheel van toepassing. Toen Bruno Maçaes na zijn reis door Azië aankwam op Heathrow Airport, werd hij uitgelachen door de douaniers toen hij opperde dat ze mondmaskers zouden kunnen dragen.

Het zijn kleine voorvallen, maar zeer geschikt voor het aflezen van ‘verschillen in politiek regime, de verzameling gedeelde aannames, vaak onbewust, waaromheen een samenleving is georganiseerd’, schrijft Maçaes in Geopolitics for the End Time. Snel ingrijpen versus wachten op draagvlak, risico’s willen minimaliseren versus het wegwuiven ervan, het besef dat de natuur de samenleving kan dicteren in plaats van andersom. Het zijn klassieke tegenstellingen. Tijdens de pandemie had met name het Westen een overvloed aan precies de verkeerde eigenschappen. Misplaatst zelfvertrouwen was het gevolg.

Het idee dat de natuur getemd is en ons menselijk handelen zich afspeelt in een veilige, afgesloten zone is een mythe die het virus heeft doorgeprikt

Bruno Maçaes citeert een Spaanse dokter die toegaf altijd gedacht te hebben dat een pandemie kon uitbreken ‘in China, maar niet in een land zoals het onze’. De vervolgvraag is voor elk land: wat voor land is het, het onze? Specifiek als het gaat om de paraatheid een crisis het hoofd te bieden? In oktober 2020, een moment waarop Nederland wereldleider covidbesmettingen was en het kabinet aarzelde om maatregelen te nemen, maakte journalist Step Vaessen een videoverslag voor nieuwszender Al-Jazeera. Daarin komt een Hollandse krullenbol aan het woord die, staand voor de Albert Heijn, uitlegt dat de Nederlanders ‘smart people’ zijn. Het was dezelfde verkapte arrogantie die sprak uit het beleidsproza waar het kabinet-Rutte mee kwam: ‘intelligente lockdown’, oftewel de suggestie dat de rest van de wereld koos voor een ‘domme’ variant.

Het duurde kortom lang voordat ook het Westen gezamenlijk het initiatief toonde dat nodig was om te reageren op een biologische schok. Europa en de VS werden ‘late adopters’ van praktijken als afstand houden, testen, mondmaskers dragen. De inzet van digitale technologie om ziekteverspreiding tegen te gaan lijkt een volgende stap te zijn. Pas toen totale economische instorting dreigde organiseerde de EU gezamenlijkheid door toch voor Eurobonds te kiezen. Pas aan de rand van de afgrond ruilden individuele lidstaten de ‘ieder is verantwoordelijk voor zichzelf’-doctrine in voor collectivisme waarbij de staat zich over economische zekerheid ontfermt met individuele uitkeringen en steun aan bedrijven.

Iets vergelijkbaars gebeurde in de Verenigde Staten, waar individualisme en zelfbeschikking een nog steviger basis van het politieke regime vormen. Zowel de regering-Trump als de regering-Biden trok astronomische bedragen uit om economische ineenstorting te voorkomen. Bovendien deed Amerika iets wat typerend is voor het land: het wist te ontsnappen aan de crisis door middel van collectief georganiseerde innovatie. Vaccins werden in recordtempo ontwikkeld, dankzij staatsinvesteringen. Het was ook de staat die inkoop en distributie regelde. Europa, ondertussen, wachtte tot ‘de markt’ voldoende vaccins binnen bereik zou brengen en was vooral bezig een lagere prijs te onderhandelen. Opnieuw gingen daarmee kostbare maanden verloren. Veel EU-landen, waaronder Nederland, verdedigden hun trage vaccinatiecampagne door te zeggen dat ze weliswaar niet snel, maar wel zorgvuldig waren. In de post-covidwereld is dat een prioritering die levens kost.

Uiteindelijk zorgde corona voor een convergentie, maar in een andere richting dan verwacht. ‘Het idee van convergentie richting liberale normen, de grote aanname van de moderniseringstheorie, is duidelijk achterhaald geworden’, concludeert Tooze in Shutdown. Hij citeert ook hier Xi Jinping die, een jaar nadat hij de voorbereiding op risico’s tot de grote kwestie van de 21ste eeuw had bestempeld, concludeert dat China ‘de tijd en het momentum’ mee heeft. Telkens omarmden de westerse democratieën maatregelen – gestoeld op collectieve mobilisatie – die elders al beproefd waren. Daarbij zijn het vooral Europa en de VS die gedwongen door omstandigheden afstand moesten nemen van hun politieke regime. De mate van bemoeienis met individuele levens, de mate van overheidsingrijpen in de economie, het is allemaal een breuk met de principes waarop burger, samenleving en overheid zich tot elkaar verhielden.

De coronamaatregelen gingen gepaard met de boodschap dat het ging om zo gauw mogelijk weer terug te keren naar het normale leven. Het hogere doel leek steeds het vertrouwde patroon te kunnen hervatten, zonder dat daarbij de vraag werd gesteld in hoeverre precies dat oude levenspatroon samenhing met het uitbreken van natuurlijke crises, en de kwetsbaarheid daarvoor. In Geopolitics for the End Time kiest Bruno Maçaes een treffende beeldspraak. Hij haalt Kafka’s Metamorfose aan. Op een dag is sprake van een complete transformatie, maar iedereen probeert te doen alsof alles bij het oude kan blijven. De pandemie is een kolossale gebeurtenis, de grootste van dit tijdsgewricht en een die miljarden levens op de kop zette. Toch is er een sterke drang alles bij het oude te laten. Weinig landen geven daar meer blijk van dan Nederland, dat is vastgeklonken aan een premier die ‘wel wil blijven barbecuen’ en huiverig is voor ‘te veel klimaat’. Die premier leidt een land dat na de allergrootste crisis in driekwart eeuw besluit om met precies hetzelfde kabinet door te gaan.

Maar wat nu als covid het nieuwe normaal inaugureerde? Als dit inderdaad de eerste crisis van het Antropoceen is, komen er nieuwe pandemieën, dodelijker wellicht en zonder tijd om af te wachten of maatregelen wel passen bij onze volksaard en of vaccins geen bijwerkingen hebben. Net zo min is die ruimte er als het gaat om het klimaat, dat eveneens op catastrofale wijze is veranderd door een verstoorde verhouding tussen mens en omgeving. Kimaatopwarming tegengaan is nog maar beperkt mogelijk en vereist snelle en ingrijpende aanpassingen – precies zoals bij een pandemie.

J e hoeft niet te grijpen naar clichés over een collectivistische versus individualistische volksaard om te begrijpen dat westerse liberale democratieën in dat geval bijzonder kwetsbaar zijn. Praktisch, omdat bestaande vlechtwerken van regels, protocollen en gespreide verantwoordelijkheden, steeds ingewikkelder geworden na jarenlang management met lichte hand door neoliberale overheden, snel ingrijpen in de weg staan. ‘Jonge democratieën zoals Taiwan en Zuid-Korea deden het veel beter, niet omdat hun bevolking een groter collectief instinct heeft, maar omdat hun regels en procedures minder vaststaan, minder verkalkt zijn, en daarom kunnen worden aangepast aan nieuwe omstandigheden’, zo blikt Bruno Maçaes terug op de covidcrisis.

En ook intellectueel heeft de liberale democratie eigenschappen die slecht aansluiten bij een nieuwe tijd. Een samenleving gericht op vrijheidsmaximalisatie van ieder individu heeft een blok aan het been in een mondiale race die juist draait om het vermogen het collectief te organiseren. Covid heeft een vraag opgeworpen die nog te veel uit de weg wordt gegaan: waar de grenzen van individuele zelfbeschikking liggen. In het debat van de afgelopen twee maanden lijkt alles meteen op de polen van vrijheid en dwang betrokken te worden.

Er zit iets tussenin. Maçaes verwoordt de opdracht als volgt: ‘Samenlevingen hebben de collectieve verantwoordelijkheid om gezamenlijke problemen aan te pakken, en individuele toestemming moet geen vetorecht zijn om collectief handelen te blokkeren.’ De wereld was onvoorbereid op covid. De vraag is of Europa voorbereid is op een proces waarbij de verhouding tussen individu, collectief en uiteindelijk planeet herijkt zal moeten worden willen alle drie overleven.

Hoe de post-covidwereld eruitziet is onzeker. Dat oude zekerheden kapot zijn, staat vast. Het idee dat de natuur getemd is en ons menselijk handelen zich afspeelt in een veilige, afgesloten zone is een mythe die het virus heeft doorgeprikt. Natuur als passieve materie en het individu als ultieme maat der dingen – het zijn twee grote erfenissen van de Verlichting, het fundament van moderne samenlevingen.

De natuur – in de vorm van virussen, overstromingen, droogtes en ga maar door – moet opnieuw onderworpen worden, met technologie en innovatie, maar net zo goed door aanpassingen van menselijk gedrag.

De vraag is niet of democratieën zich moeten spiegelen aan een dictatoriale surveillancestaat. De vraag is wel of ze beschikken over voldoende aanpassingsvermogen voor de crises die gaan komen. Het is niet een kwestie van of we het ons kunnen veroorloven. Covid liet zien dat alles willen, ook haalbaar en betaalbaar is.

De vraag is wat we willen. Er zijn vele antwoorden denkbaar, ‘terug naar hoe het was’ uitgezonderd.