Zwemmen in geld

BREGJE BLEEKER
DE WALRUS
Meulenhoff, 174 blz., € 16,90

Het was niet de bedoeling dat Bregje Bleeker (1970) het verhaal zou schrijven dat nu tot haar debuutroman heeft geleid. Het was de bedoeling dat Arnon Grunberg dat zou doen. Dit zit als volgt. Blijkbaar was Bleeker ooit bevriend met een Amsterdamse hasjhandelaar. Die was overleden en Bleeker had bedacht dat hij een ‘papieren monument’ waard was, een roman. Uiteindelijk bedankte Grunberg voor de eer (al schreef hij er wel een column over in NRC Handelsblad) en ging Bleeker zelf aan de slag.

Het verhaal laat zich simpel samenvatten. Een keurig meisje uit Oud-Zuid (Bibi) valt op een decadente hasjdealer, genaamd de Walrus. Het merendeel van het boek handelt over de dingetjes die ze samen doen. Dagjes naar de sauna, copieuze diners. De Walrus heeft zwart geld als water; de eerste honderd pagina’s zien we hem niets anders doen dan geld uitgeven aan onnodige taxi’s, onnodige hoeveelheden kleren en hebbedingetjes voor zijn meisje. Als ze samen uit eten gaan, bestelt hij alle gerechten op het menu.

Dat Bibi gek op hem is, mag duidelijk zijn. Zoals Bleeker de Walrus omschrijft kan hij bijna niets fout doen en de tekortkomingen die hij heeft, maken hem alleen maar charmanter. Het is jammer dat ze nooit echt uitlegt wát ze nu precies in hem ziet. Ja, oké, de Walrus leeft van dag tot dag en Bibi is het type meisje dat zich aan het begin van haar studie al zorgen maakt voor ‘later’ – maar verklaart alleen die tegenstelling dat ze het liefst de hele dag met haar hoofd op zijn forse buik ligt?

Als Bleeker al een eigen schrijfstijl heeft, dan is deze nauwelijks op te merken. Hier en daar zijn er wat schoonheidsfoutjes (vrijwel identieke zinnen twee bladzijden uit elkaar, dat soort dingen), maar het gekke is dat pas als de Walrus aan zijn levensstijl ten onder is gegaan het boek iets scherps krijgt. Bibi spreekt af met een naamloze Schrijver – brilletje, krulletjes, wie o wie zou ze bedoelen? – die zijn belofte het leven van de Walrus op te schrijven niet nakomt. Zelf vindt ze vervolgens een baan bij een internetbedrijf. Bleeker schrijft het een beetje Grunberg-achtig op. Korte zinnen, afstandelijke observaties. ‘Ik maakte mijn studie af en ging op zoek naar een baan, vond er een en stapte in een lease-auto.’ Elk enthousiasme is weg. Het leven na de Walrus is onverschillig, hard. Na zo’n liefde slaat de trivialiteit van het bestaan haar om de oren.