Film - Hail, Caesar!

Zwemmusicals

De ‘klassieke Hollywood-stijl’ leerde ik kennen in een bioscoop die veel weg had van de picture palaces van weleer, enorme bioscopen gebouwd in art-decostijl met slechts een enkele zaal.

Medium hail caesar

Ik was een jaar of negen, de film was That’s Entertainment! (1974), een compilatie van iconische musicalscènes uit het gouden tijdperk, ruwweg tussen de jaren twintig en zestig. Het tapdansen van Fred Astaire en Ginger Rogers, de strikte, met glitter overgoten choreografie in zwart-wit van Busby Berkeley, de schitterende, bizarre zwemfilms van Esther Williams, Gene Kelly als een piraat dansend en vechtend in glorieus Technicolor. Het was overweldigend, romantisch, verleidelijk, net als de bioscoop zelf, gelegen in het stadje bij Johannesburg waar ik opgroeide. Toen ik er een paar jaar terug weer naartoe ging, zag ik dat de bioscoop was omgetoverd tot een kerk.

De vraag wat voor waarde de klassieke Hollywood-stijl heeft, vormt de kern van de nieuwe film van de gebroeders Coen, getiteld Hail, Caesar! Ergens in de jaren vijftig is dat ook de titel van een film van Capitol Studio’s waar Eddie Mannix (Josh Brolin) werkt. Hij is een duizendpoot, iemand die filmsterren maakt en beheert, zoals Baird Whitlock (George Clooney) die de hoofdrol vertolkt in een bijbels epos in de stijl van Ben Hur, of DeeAnna Moran (Scarlett Johansson) die in zwemmusicals speelt zoals die van Esther Williams. Mannix is een streng gelovige rooms-katholiek die dagelijks gaat biechten, en dan vooral over het feit dat hij stiekem sigaretten rookt. Twee ontwikkelingen dwingen hem ertoe de betekenis van zijn werk in ogenschouw te nemen: ten eerste een werkaanbieding van vliegtuigfabrikant Lockheed die zojuist betrokken was bij nucleaire experimenten op Bikini-eiland, ten tweede de kidnapping van Whitlock door een communistische ‘werkgroep’ die erop uit is aan de kaak te stellen hoe de studio’s gewone werkers uitbuiten.

In een fabuleuze scène zit Mannix met religieuze leiders om de tafel om na te speuren of de beelden in de film wel door de beugel kunnen. De dominee, de rabbijn en de priester kunnen zich wel vinden in de representatie van het heilige, maar wanneer het gesprek gaat over zoiets als de ware aard van de drie-eenheid is de chaos compleet. Maar belangrijker is de connectie tussen religie, ideologie en film. Later wanneer Whitlock, vrijgekomen, bij Mannix’ kantoor opdaagt met de mededeling dat die communisten het eigenlijk bij het juiste eind hebben – hij vertelt enthousiast over ‘dat boek over het kapitaal’ of zoiets – krijgt de studiobaas een openbaring. ‘Je bent een ster!’ schreeuwt hij tegen Whitlock, ‘en wat jij doet heeft waarde!’

Met Hail, Caesar! leggen de Coens het cynisme van de droomfabriek genadeloos bloot: DeeAnna/Esther is een sloerie, Baird/Ben Hur is een domoor, het gaat allemaal om geld. Ja, dit is waar we naar kijken als we naar de bioscoop gaan, destijds in de movie palaces, tegenwoordig in het multiplex, dit is de ‘klassieke stijl’. Maar tegelijkertijd laten de Coens zien dat film-als-fantasie, die de echte werkelijkheid vooral verhult, veel méér dan dat is. Zo vereist het kijken naar film hetzelfde soort sprong in het duister als het geloven. Hoe je het ook wendt of keert, dat is spiritualiteit.

Te zien vanaf 18 februari

Beeld: Scarlett Johansson als DeeAnna Morgan in de film Hail, Caesar! (Universal Pictures)