Zwevende elite

‘GAST, WILDERS heeft kankerhard gewonnen.’ Op luide toon praat de jonge, allochtone passagier de vrijdag na de verkiezingen zijn vrienden bij in de tram van Leidschendam naar Den Haag. Zelf heeft hij op Job Cohen gestemd. Verstandig? 'Die wil minder belastingen man! Iedereen die voor minder belastingen is, krijgt mijn stem!’ Ziedaar de enige twee conclusies die met zekerheid verbonden kunnen worden aan een bizarre verkiezingsuitslag. Ten eerste: een 'kankerharde’ overwinning voor Wilders. Samen met de VVD-victorie betekent dat een forse ruk naar rechts. Ten tweede: met zulke calculerende kiezer-consumenten (zich soms baserend op gebrekkige informatie) kan de verkiezingsuitslag er de volgende keer weer heel anders uitzien.
Dat laatste stemt bijna net zo droevig als het zegevierende racisme van Wilders. Binnen bepaalde kaders - links, rechts, sociaal voelend, individualistisch - schiet de partijvoorkeur van de Nederlandse burger alle kanten op. De kiezer is promiscue geworden. Het is het soort stemgedrag dat zich uit in de bekende dooddoeners voor de camera: 'Deze keer hebben we maar eens Mark Rutte geprobeerd.’
Een grote buitenlandse krant legde in een commentaar op de Nederlandse verkiezingen de vinger op de zere plek. 'De kiezers kennen nauwelijks nog loyaliteiten, ze flitsen radeloos van partij naar partij.’ Behalve dat dat kortetermijndenken bevordert en zorgt voor politieke instabiliteit maakt het ook iedere poging deze verkiezingsuitslag nader te duiden zinloos. Is het neoliberalisme met de VVD-winst ineens terug, na de afstraffing vier jaar geleden? De SP als concurrent van de PVDA op links verleden tijd? En vormen deze verkiezingen het einde van de christelijke politiek?
Allemaal onzin. Niet voor niets noemde oud-PVDA-minister Klaas de Vries het in een toespraak 'veelzeggend’ dat 'miljoenen kiezers een stemwijzer nodig hebben om erachter te komen op welke partij ze willen stemmen’. Maar het is te makkelijk om de zwevende kiezer daar op aan te kijken. Integendeel, die gedraagt zich precies zoals van hem verwacht wordt: een rationele, kritische consument. Hij bepaalt zijn keuze niet op basis van een ideologie of levensbeschouwing, maar laat zich leiden door concrete plannen, het gezicht van de lijsttrekker, en niet te vergeten: de koopkrachtplaatjes.
Het zijn de politieke ingewijden die dit sinds jaar en dag aanmoedigen. Het Centraal Planbureau dat rapportcijfers uitdeelt, en bovenal de politici, commentatoren en journalisten die zich wars tonen van ideologie. Wie jaar in, jaar uit hetzelfde stemt, geldt in Nederland als star. Degene die tot in het stemhokje twijfelt tussen GroenLinks en de VVD wordt daarentegen als scherpzinnig, flexibel en ruimdenkend beschouwd.
Beperkt denkend is een betere kwalificatie. Juist van intellectuelen mag verwacht worden dat onder de dagelijkse portie meningen iets meer schuilgaat. Een redelijk coherent wereldbeeld bijvoorbeeld. Dat betekent ook dat als de lijsttrekker van de bij die maatschappijvisie passende partij je een keertje niet bevalt je er tóch op stemt. Niet de doorsnee kiezer is het spoor bijster. We hebben het zelf gedaan. Nederland kampt met een zwevende elite.