Zwijgzame zwanen

Het schilderij met drie zwanen laat zien hoe René Daniëls de dubbelzinnige tussenruimte tussen figuratief en abstract onderzocht. En een verbinding vond.

Ik herinner me de grote versie van La Muse Vénale, nog niet eens droog, in het toenmalige atelier van René Daniëls in een barak aan de zuidrand van Eindhoven waar hei en zanderig dennenbos begon. Het was voorjaar. Het schilderij hing aan de kopse wand en helder licht kwam van ramen rechts. Buiten, in een schamel stukje wei, stond een mager paard. Of de stilte van die plek doorgewerkt had in het wonderlijke doek dat ik zag, weet ik niet. Beide hadden iets dromerigs. Maar ik weet niet of René, zoals ik, toen veel naar buiten keek. Eerder leek hij in zichzelf gekeerd – niet om vormen heel precies of compleet te zien. Hij kan (ook nu nog, na zijn hersenbloeding) lang naar iets kijken en zoals andere mensen daarbij gaan neuriën, zo begon hij, met zijn ogen rond­dwalend, vreemde metamorfoses te zien in wat hij zag. Zo is La Muse Vénale, met drie zwanen die op het water drijven, een schilderij waarin alles schommelde. Dat vooral viel mij als bijzonder op. Het was met korte straffe penseelstreken in elkaar gezet, voornamelijk kort horizontaal en ook met korte wisselingen van kleur. Het palet is dat van donker, kabbelend, spiegelend water. Onderaan is een smalle baan bruingrijs. Dat is de zanderige oever van de schaduwrijke vijver in het Eindhovense Stadswandelpark waar ook zwanen waren. Daar heeft Daniëls denk ik wel naar zitten kijken. Het water is, zoals dat moet, los geschilderd en is in zijn beweeglijke en koele kleurigheid precies geobserveerd in schakeringen van wit, lichtblauw, donkergrijs, grijsblauw, groenblauw, waarbij die mêlée ook nog vol zit met sluwe effecten van klaterend licht.

In dat blauwgrijze geschommel drijven de zwijgzame, raadselachtige zwanen. Maar hun vorm is doelloos. De titel van dit schilderij komt van een gedicht van Baudelaire. Maar, is gezegd, met die veile muze zou de schilder de kunst zelf bedoelen en de onbetrouwbare bedrieglijkheid van haar schoonheid. Maar het is de vraag of het frisse werk in het voorjaar van 1979, toen ik het zag, al zo heette. Ik zag een schilderij waarin het schilderen zelf fantastisch was gaan zwerven – en ook moest ik denken aan iets eerdere grote tekeningen, zoals een blad waarvan ik (al vroeg typisch bij Daniëls) niet echt kan vaststellen wat ik zie. Misschien zijn het papieren hoedjes die daar zo ronddwarrelen in een fragiele ruimte van streepjes. Maar als die streepjes, wat ook kan, dun rimpelend water voorstellen, zijn de hoedjes misschien wel gevouwen bootjes. Hoewel: dan denk ik nog te figuratief, want waarom zouden ook niet hoedjes op water kunnen drijven? Het is echter niet eens de vraag of de tekening, met zijn figuratieve middelen, ook een verbeelding was van zoiets schommelends als in La Muse Vénale. Want wat ook het motief geweest is, precies dat is wat het blad ons laat zien. Het vertoont een labiele ruimte met daarin beweeglijke vormen. Dat is de thematiek ervan. Of liever: met de impuls van dat soort beweeglijkheid in zijn hoofd heeft Daniëls die tekening gemaakt. Hij tekende, zoals toen ook in andere bladen, in oorsprong figuratieve vormen die echter werden afgekort zodat een summier soort teken ontstond dat vervolgens in een abstract werkend stramien over het vlak verdeeld werd.

Een plek waar René Daniëls veel kon zien wat hem bezig ging houden, was het Van Abbemuseum. In 1976 waren daar van Sol Lewitt de Incomplete Open Cubes te zien. Ik denk dat een echo van de seriële choreografie daarvan is terug te vinden in de laconieke ritmiek van dat blad met de bootjes/hoedjes. Dat is bijna een commentaar, tongue in cheek, op Lewitt. Want naast deze abstract-conceptuele kunst lieten we ook de oppositie zien (zoals velen dat toen zagen): Penck, Polke, Lüpertz, Baselitz. Het was niet makkelijk je aan de orthodoxie der abstractie te onttrekken. Dat Daniëls toen, na die kabbelende tekeningen, zo’n groot, meeslepend schilderij als La Muse Vénale kon schilderen, laat zien waarheen zijn artistieke verlangen ging. Dat verlangen zag ik, voorjaar 1979, in dat eigengereide schilderij ontstaan en dat is waarom het, met al zijn aarzelingen, ook een dramatisch werk was, en nog steeds is, omdat daarin de exploratie begonnen is, en de verbinding, van die dubbelzinnige tussenruimte tussen figuratief en abstract waarmee René Daniëls de kunst heeft verrijkt en verward.


Voor de tentoonstelling René Daniëls: De woorden staan niet op hun juiste plaats kunt u tot eind september terecht in het Van Abbemuseum in Eindhoven. De catalogus is verschenen bij NAi Uitgevers