Zwijnen van veertig

Nog te zien in: Groningen, Arnhem, Rotterdam, Breda, Eindhoven, Zwolle, Maastricht, Goes en Haarlem. Inlichtingen: 00-32-3-2350490 (Thassos).
Duivels die in een kudde zwijnen zijn gevaren. Het beeld komt uit het Nieuwe Testament, het evangelie volgens Lucas. ‘En de duivelen verlieten de man en gingen in tot de zwijnen, en de kudde zwijnen stortte zich van de steilten af in het meer en zij verdronken.’ De man uit wie de duivelen geweken waren, ging aan de voeten van Jezus zitten, en die zag dat het goed was.

De Russische schrijver Dostojewski radicaliseert de testamentische metafoor in zijn roman Demonen (uit 1871): de duivel van nihilisme, totale omverwerping van iedere ideologie en elke moraal, vaart naar binnen bij mensen die eigenlijk zwijnen zijn. Zij verzuipen in het meer van gezwets en moordzucht, schuld en boete. En Jezus komt er niet meer aan te pas. Albert Camus bewerkte de roman in 1953 voor het toneel. De bezetenen wordt nu - in een gecoupeerde versie - gespeeld door het Vlaamse toneelspelerscollectief De Roovers.
De eerste conversaties, een parodie op het gebabbel van salonrevolutionairen over atheisme, de toekomst van de mensheid en de rol van kunst, worden vlakbij de toeschouwers uitgevoerd, tegen een decor van rollen golfkarton. Wanneer die wand is gezakt, blijkt het lege speelvlak ommuurd door weer andere rollen golfkarton (kleur blauw - de salonsocialisten uit Dostojevski’s roman waren veelal van adel). Ze zoeken toenadering tot elkaar, ze lokken duels uit, ze beramen komplotten, en uiteindelijk gaan ze roemloos ten onder. De speelstijl is nonchalant. Met hier en daar een emotionele uitbarsting. En hier en daar een act. Een duel bijvoorbeeld, met speelgoedpistooltjes, compleet met een gericht schot op het hoofd - de muts wordt vanuit de coulissen aan een touwtje weggetrokken, een houten eend overleeft een vuursalvo.
Sommige van die ‘nummers’ leiden tot weergaloze scenes: een jonge vrouw verleidt een gemankeerde Don Juan door ongeveer in hem te klimmen. Uiteindelijk blijft de jongeman bedremmeld achter, broek op de knieen. Diepzinnige psychologie wordt in de twee uur durende vertoning zorgvuldig gemeden. De acteurs zwerven door een troosteloos landschap van trieste teksten.
De voorstelling van De bezetenen werkt uiteindelijk toe naar twee sleutelscenes. In de ene bekent de Don Juan (die Sjawrogin heet) aan een kloosterbroeder dat hij een meisje van twaalf ooit iets aandeed, waarna zij zich verhing. De gebeurtenis (en de gevolgen) hebben zijn leven veranderd. En zinloos gemaakt. De kloosterbroeder reageert: 'Ik ben doodsbang voor die grote, doelloze kracht in u, die zich alleen maar zoekt te uiten in laagheden. U hebt alles overboord gegooid, u hebt niets meer lief.’ In de andere sleutelscene wordt dezelfde Sjawrogin door een lid van de bende der nihilisten verleid om leiding te geven aan het 'nieuwe’ Rusland: 'Als we eenmaal aan de macht zijn, dan zien we de mensen misschien wel fatsoenlijk te krijgen - als u daar echt op staat. Maar wat we momenteel absoluut nodig hebben, zijn een of twee generaties machtswellustelingen, met een ongehoorde corruptie, iets walgelijks, dat de mens verandert in een weerzinwekkend insekt, laf en egoistisch. Dat moet. En dan trakteren we ze op een beetje vers bloed. En dat leren we ze dan lekker te vinden.’ (Ik citeer hier een oude vertaling van Dolf Verspoor.)
Die twee scenes worden door De Roovers op een huiveringwekkend kille, onderkoelde manier gespeeld. Het effect is een keelsnoerend commentaar op het ontstaan van zogenaamd radicale maatschappelijke alternatieven. Ik hoor via die troep jonge toneelspelers, duidelijk niet belast door een 'links’ verleden, echo’s terug van zware debatten over het verlies van ideologie & utopie. Mensen van in de twintig zijn zich op een energieke en intense manier met de keuzes en de twijfels van de generatie der veertigers aan het bemoeien. En dat ontroert me. Niet alleen omdat ze het doen, maar vooral door de confronterende vorm die ze hebben gevonden.