Dichters & Denkers

De produktieve ambivalentie

Oppervlakkig gezien is de Engelse literatuur onverzoenlijk blank en Brits. Maar wie dieper blikt, vindt vele vreemde invloeden. Van zwarten, maar ook van blanke Britten die buiten hun land geboren werden. Hun bijdrage kon wel eens van groot belang worden nu de post-imperiale crisis toeslaat. Vertaling: Tinke Davids. Dit essay werd door de auteur onlangs voorgedragen in het programma “In Other Words”, dat plaatsvond in het Soeterijn-theater te Amsterdam. Van Caryl Phillips verscheen dit jaar in het Nederlands De rivier over (vertaling Rene Kurpershoek, uitgeverij De Bezige Bij). GROOT-BRITTANNIE IS in raciaal opzicht nooit een homogene maatschappij geweest, en daardoor is het land ook nooit in cultureel opzicht homogeen geweest. Het is echter verkeerd aan te nemen dat de “bastaardering” van Groot-Brittannie slechts een gevolg is van de post- imperiale status die het land in de tweede helft van de twintigste eeuw heeft gekregen. Al in de derde eeuw n. Chr. brachten de Romeinen een divisie zwarte soldaten uit Noord-Afrika naar het land, en ze werden gestationeerd in Carlisle. Deze militairen zijn vijf jaar gebleven, van 253 tot 258 n. Chr. Daarna zwijgen de annalen weer tot aan het begin van de zestiende eeuw, toen een kleine groep Afrikanen aan het hof van koning Jacobus IV van Schotland verbleef. Zij waren waarschijnlijk afkomstig van Portugese slavenschepen, en naar Schotland overgebracht om bekeken te worden door de modieuze society.

Caryl Phillips, 20 september 1995