Rubriek

Weinreb (2)

Dat Weinreb geen gehoor vond in de theologie heeft uiteraard ook te maken met het feit dat hij tot de misdadigers werd gerekend. Zal hierin verandering komen na de publicatie van René Marres? (De Groene Amsterdammer, 29 september) Dat ziet er niet naar uit! Want erkennen dat men met de beoordeling van Weinreb fout zat betekent gezichtsverlies, niet alleen voor de historici en journalisten die de conclusies van het Weinreb-rapport onderschreven, ook voor de religieuze autoriteiten en theologen die maar al te graag Weinreb als zijnde een religieuze charlatan hebben genegeerd. Ook voor Schillebeeckx, ‘de grootste nog levende theoloog’ (De Groene van 13 oktober). En natuurlijk voor Henriëtte Boas, die door het Historisch Nieuwsblad al werd uitgeroepen tot kampioene van de Weinreb-affaire. Haar reputatie staat of valt inmiddels met Weinreb. Ook al zijn het verraad en bedrog van Weinreb niet goed te bewijzen geweest, moet zij hebben gedacht, hij was toch wel een zedendelinquent. Hij werd immers om onzedelijke handelingen tot tweemaal toe veroordeeld? Van zo'n vies mannetje is alles te verwachten, maar zeker geen wijsheid of mensenreddende activiteiten! Maar wat weet zij er in feite van? De praatjes over gynaecologische onderzoeken door Weinreb kwamen pas op gang na de publicatie van een ingezonden brief in het NIW van 16 juli 1965, naar aanleiding van de opwinding over het hoofdstuk dat Presser aan Weinreb wijdde in Ondergang.

Geert van den Bos, 27 oktober 1999